Nietzsches vijfde evangelie
De volwassenwording van de mens
Voorwoord
Volwassen Geloof is de vorm van spiritualiteit die ontstaat wanneer iemand niet langer afhankelijk wil zijn van bovennatuurlijke autoriteit en zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn levensbeschouwing. Het vloeide voor mij voort uit het ontgroeien aan het christelijk geloof. Het denkproces begint met het rationeel doorzien van denksystemen die ooit vanzelfsprekend leken, en vervolgt met de vraag wat ervoor in de plaats kan komen. Wie volwassen wil worden in zijn geloof, moet niet alleen oude overtuigingen verlaten, maar ook leren leven zonder de zekerheden die zij boden.
Dat kan een moeizaam proces zijn. Eeuwenoude gewoonten van denken verdwijnen niet omdat men eenmaal een overtuiging heeft verworpen. Angst, bijgeloof, vooroordelen, nostalgie en het verlangen naar geborgenheid blijven hun invloed uitoefenen. Zelfs de agressie tegen het oude geloof kan een belemmering worden wanneer men er uitsluitend in blijft hangen. Volwassenwording vraagt daarom meer dan ongeloof. Er moet iets nieuws ontstaan. In het persoonlijk leven gebeurt dat door een houding aan te nemen van voortdurende zelfvorming.
De leidende gedachte hierbij is eenvoudig: voor zowel het oude geloof als de oude gelovige moet iets hogers in de plaats komen. Het gaat uiteindelijk om de vraag wat een mens kan worden wanneer hij zijn bestaan niet langer laat bepalen door een van buiten opgelegde God, maar zelf verantwoordelijkheid neemt voor de vormgeving van zijn leven.
Daar raakt mijn begrip van volwassen geloof aan een gedachte die ik in Nietzsche steeds opnieuw tegenkom: de mens moet zichzelf worden niet door zich terug te trekken uit het leven, maar door het leven zo volledig mogelijk te aanvaarden en vorm te geven. Wat vroeger het goddelijke werd genoemd, kan daarbij een naam worden voor het hoogste waartoe een mens zichzelf in staat acht.
Drie herauten
Wanneer ik terugkijk op de Europese geschiedenis, zie ik enkele denkers die werkelijk nieuwe landschappen hebben geopend. Voor mij loopt een belangrijke lijn van Spinoza via Goethe naar Nietzsche. Bij deze denkers kan men een poging zien om het religieuze te redden nadat de traditionele voorstelling van God haar overtuigingskracht heeft verloren. Zij hebben ieder op hun eigen manier gezocht naar een vorm van zingeving die niet meer afhankelijk is van de traditionele openbaringsreligie.
Men kan deze denkers pantheïsten noemen, al schiet ook dat woord tekort. Zij verplaatsen het goddelijke steeds verder weg van het beeld van een bovennatuurlijk persoon die boven de wereld staat. Bij Spinoza valt God samen met de werkelijkheid zelf; bij Goethe wordt de natuur een bron van religieuze ervaring; bij Nietzsche verschuift het zwaartepunt uiteindelijk naar de aarde en het leven zelf.
Openbaringsgodsdiensten zijn een historische verduistering van iets wat dieper ligt en waardevol is. Mij spreekt Einsteins begrip kosmische religiositeit aan. Religie hoeft niet allereerst te betekenen dat men in een bovennatuurlijk wezen gelooft. Zij kan ook betekenen dat een mens zich laat bepalen door waarden en ervaringen die zijn persoonlijke belangen overstijgen: verwondering, waarheid, schoonheid, liefde voor het geheel waarvan hij deel uitmaakt.
In die betekenis kan religie haar oude vorm verliezen zonder haar diepste functie noodzakelijkerwijs te verliezen. Misschien verdwijnt het woord God uiteindelijk zelfs geheel. Wat overblijft, is dan niet noodzakelijk leegte, maar de opdracht om zelf vorm te geven aan het hoogste dat een mens in het bestaan kan ervaren.
Misschien is dat een van de vragen die in dit boek steeds opnieuw zullen terugkeren: wat blijft er van religie over wanneer God verdwenen is?
De bliksem
Ik heb mij van 2004 tot 2008 intensief met Nietzsche beziggehouden. Toen ik hem voor het eerst werkelijk begon te lezen, sloeg zijn werk bij mij in als de bliksem.
Ik was 46 jaar oud en schaamde mij bijna dat ik hem niet veel eerder had gelezen. Achteraf begrijp ik beter waarom dat zo was. Wie is opgegroeid binnen een streng religieuze wereld, leert gemakkelijk dat er buiten die wereld weinig te halen valt. Men leest de boeken van de eigen traditie en leert andere denkers vooral kennen als tegenstanders. Hun gedachten zijn dan bij voorbaat verdacht.
Op een gegeven moment kan er echter iets veranderen. Een mens begint zelf te denken.
Op een avond kreeg ik de drang Nietzsche eindelijk te willen leren kennen. Ik ging naar een academische boekwinkel, vond daar twee dunne boeken van Nietzsche zelf en een dik boek over hem, en vulde de collectie dezelfde avond nog aan met boeken uit de bibliotheek.
Toen ik Nietzsche opensloeg, gebeurde er iets wat ik moeilijk anders kan omschrijven dan als een innerlijke aardbeving.
Met het openslaan van Nietzsches boeken voelde ik vanaf de eerste zinnen een laaiend enthousiasme: Nietzsche was geheel anders dan alles waarmee ik bekend was. Zijn zinnen leken niet aarzelend om een waarheid heen te lopen; ze sprongen er middenin. Soms met een enorme scherpte, soms met poëzie, soms met spot. Als iemand die theologie gestudeerd heeft kwam hij (vooral in zijn Zarathoestraboek) op mij over als een bijbelse profeet, maar dan één die de moderne mens aansprak. Ik had het gevoel iemand te ontmoeten die woorden gaf aan gedachten waarvoor ik zelf nog geen taal had gevonden, maar zodra ik ze las thuiskomst betekende.
Nietzsche werd voor mij veel meer dan een filosoof die interessante ideeën verkondigde. Het was als het krijgen van een ultieme vriend, maar vreemd genoeg ook alsof ik mezelf tegenkwam…. Totdat ik wat verder las en dan even later weer iets tegenkwam wat regelrecht indruisde tegen wat voor mij heel dierbaar was… Hij werd iemand met wie ik mee kon denken, maar ook iemand tegen wie ik mij moest verzetten, iemand die mij wakker schudde en mij op bepaalde momenten het gevoel geeft dat het leven groter en grootser was dan ik tot dan toe had durven denken. Zijn felheid, zijn aristocratische minachting, zijn soms onthutsende uitspraken en zijn neiging zichzelf tot uitzonderlijk mens te verheffen riepen voortdurend weerstand bij mij op, maar tegelijkertijd roept zijn kunstige schrijven altijd grote bewondering bij mij op.
Totdat op een gegeven moment – wanneer de lezer beseft in de ban van iets te staan – Nietzsche een sterk gevoel oproept dat hij volledig aan de kant moet worden gelegd. Opdat men daarna eindelijk weer opgelucht adem kan halen.
Van het christendom naar de aarde
Ik was van kinds af aan grootgebracht op een bijbeldieet. Ondanks alle mooie verhalen liet het christelijk geloof mij jarenlang gespleten in het leven staan. Achter ieder uitroepteken leek een vraagteken te staan, achter iedere zegening een vloek. Sommige dingen waren prachtig; andere vond ik onbegrijpelijk, tegenstrijdig of ronduit gruwelijk.
Nietzsche dacht ik heel goed te begrijpen omdat hij vanuit eenzelfde achtergrond scheen te schrijven. Zijn felle strijd tegen het christendom is niet zomaar de strijd van een buitenstaander tegen een vreemd geloof. Hij kende die van binnenuit. Hij wist wat het betekende wanneer het christelijk geloof niet alleen een verzameling opvattingen is, maar een wereld waarin men woont. Ik zie Nietzsche als de ultieme belichaming van de eens vrome christen die zijn geloof opgeeft en zijn hele leven vervolgens wijdt aan de vraag ’Wat dan?
Hardheid was voor mij gemakkelijk te begrijpen als een poging tot bevrijding. Om eeuwenoude overtuigingen werkelijk los te laten is meer nodig dan rustige argumentatie. Nietzsche wilde niet alleen aantonen dat bepaalde ideeën niet kloppen. Hij wilde de greep ervan op de mens en de maatschappij verbreken.
Zijn werk heeft duidelijk twee kanten. Enerzijds probeert hij de mens te bevrijden van metafysische illusies en is hij bezig met afbreken. Anderzijds probeert hij het aardse bestaan opnieuw van waarde te voorzien en is hij visionair.
Dat tweede is minstens zo belangrijk als het eerste.
Nietzsche wil niet eindigen met een leegte waarin niets meer waar of waardevol is. Hij wil juist weten wat er mogelijk wordt wanneer de oude God verdwenen is. Wat gebeurt er wanneer de mens niet langer naar een hiernamaals hoeft te kijken om het aardse leven betekenis te geven?
Daar begint voor mij de eigenlijke betekenis van Zarathoestra.
Een profeet die ten onder ging
Natuurlijk heeft Nietzsche menselijke gebreken. Zijn leven was eenzaam, zijn gezondheid slecht en zijn verhouding tot andere mensen vaak problematisch. Jung heeft hem later zelfs vanuit psychologisch perspectief als pathologisch beschouwd. En bijna iedereen heeft weet van zijn droevig levenseinde.
Maar mensen een etiket opplakken is niet interessant. Men kan vrijwel ieder mens wel psychologisch verklaren. Men kan Nietzsche reduceren tot zijn hoofdpijnen, zijn eenzaamheid, zijn slaapproblemen, zijn diëten of zijn zonderlinge levenswijze. Maar daarmee heeft men nog niet vastgesteld of zijn gedachten waar, waardevol of vruchtbaar zijn.
Eén van zijn grootste verdiensten is dat hij ons op het hart bindt om hem toch vooral niet te aanbidden.
Hij schrijft:
Wat doen gelovigen ertoe! Jullie hadden jezelf nog niet gezocht: toen vonden jullie mij. (I.22)
En elders:
Overtuigingen zijn gevaarlijkere vijanden van de waarheid dan leugens.
(Menselijk, al te menselijk)
Daarmee ondergraaft Nietzsche ook zijn eigen positie als autoriteit. Hij vraagt de lezer niet eenvoudigweg hem te volgen. Hij daagt hem uit zelf te denken.
Dat maakt bezig zijn met zijn boek een bijzonder boeiende bezigheid.
Ik ben diep door Nietzsche beïnvloed, maar ik geloof niet in Nietzsche.
De nieuwe profeet
Er is iets merkwaardigs aan Nietzsche dat meteen bij de aanvang al naar voren moet worden gebracht: hij zag zichzelf als iemand die een uitzonderlijke historische taak had, als iemand die de geschiedenis in tweeën splijt: vóór hem en na hem. In Zarathoestra presenteert hij een figuur die van de berg afdaalt, een nieuwe boodschap brengt en de mensheid probeert voor te bereiden op een toekomst waarin de oude God niet langer het middelpunt van het bestaan vormt.
De vergelijking met Jezus dringt zich daardoor voortdurend op.
Nietzsche schreef geen neutrale filosofische verhandeling. Aldus sprak Zarathoestra is geschreven als een profetisch boek. Het heeft toespraken, parabels, spreuken, visioenen, liederen, symbolen en een figuur die uit de eenzaamheid naar de mensen terugkeert. Het heeft vanwege de verheven taal zelfs iets van een nieuwe heilige tekst.
Daarom noem ik dit boek Nietzsches vijfde evangelie.
Niet omdat Nietzsche een nieuw evangelie schreef dat men moet geloven. Zijn boek is een vijfde evangelie in vorm, toon en functie, niet in kerkelijke of dogmatische betekenis. Het is zijn gevonden stijlvorm die als doel heeft de spanning met het christelijk geloof zo groot mogelijk te maken. En dat maakt het boek ook zo interessant voor iemand die bezig is te ontgroeien aan dat christelijke geloof: hier hebben we iemand die het christendom radicaal afwijst, en tegelijk de vorm en het optreden van een profeet gebruikt om een alternatief te verkondigen. Zijn Zarathoestraboek lijkt bewust de plaats te willen innemen die voorheen door de Bijbel werd ingenomen: niet als nieuw dogmatisch wetboek, maar als een boek dat een nieuwe manier van leven en waarderen wil openen. De Bijbel kan voor de moderne Europeaan steeds meer op een monument gaan lijken: indrukwekkend, bepalend voor onze beschaving, maar niet langer vanzelfsprekend richtinggevend. Nietzsche is voor mij geen nieuw monument naast die oude piramide, maar een formidabele kracht die ons leert ons leven eens van een radicaal andere kant te bekijken:
Zarathoestra wil de mens niet terugbrengen naar God, maar naar de aarde.
Hij verkondigt geen hemel, maar de mogelijkheid van een mens die zichzelf overstijgt. Hij verkondigt niet zozeer verlossing van het leven, als wel een steeds radicalere bevestiging ervan.
Of Nietzsche zijn doel bereikt, moet de lezer zelf beoordelen. Om maar meteen een Nietzsche-paradox te noemen die zal aangroeien tot een serie hoofdbrekens: Hij verkondigt een nieuwe waarheid terwijl hij de overtuiging bestrijdt dat men waarheid kan bezitten. En ik zit voor mezelf met een soortgelijke paradox: ik schrijf een enthousiast commentaar op een boek dat zichzelf als evangelie opvoert, terwijl ik tegelijk weet dat Nietzsche de lezer juist van evangelies wil bevrijden en ik weet dat iedere Nietzsche enthousiasteling er waarschijnlijk baat bij zou hebben van Nietzsche bevrijd te worden.
Maar Nietzsche zelf was geheel overtuigd van de unieke waarde van zijn geschrift:
Boven al mijn schrijven torent mijn Zarathoestra hoog uit. In dit boek heb ik de mensheid het grootste geschenk gegeven dat het tot nu toe rijk is…Het is ook het diepzinnigste boek dat ooit geschreven is, geboren uit innerlijke onderdompeling in waarheid, een onuitputtelijke bron, waaruit iedere emmer vol goud en goedheid tevoorschijn komt.
Uit Nietzsches autobiografie Ecce Homo
Voor iedereen en niemand
Nietzsche schreef Aldus sprak Zarathoestra als ”een boek voor iedereen en niemand”.
Die merkwaardige ondertitel van zijn boek zegt veel.
Het boek is voor iedereen omdat het uiteindelijk over ieder mens gaat. Maar het is ook voor niemand, omdat Nietzsche ervan uitging dat slechts weinig mensen bereid zijn de moeite te nemen om werkelijk te horen wat hij zegt. Dat is misschien nog altijd zo.
Misschien kan de ondertitel ook zó gelezen worden: een boek voor niemand die nog een kant-en-klare waarheid zoekt, maar misschien voor iedereen die bereid is zichzelf opnieuw uit te vinden.
Zarathoestra is geen boek dat zich gemakkelijk laat samenvatten. Het vraagt een lezer die bereid is terug te keren, verbanden te leggen, symbolen opnieuw te bekijken en soms jarenlang met een bepaalde gedachte te blijven worstelen.
Dat is ook de reden waarom ik dit commentaar ben begonnen.
Toen ik Nietzsche voor het eerst las, begreep ik lang niet alles. Ik las het boek opnieuw. En opnieuw. Toen ik het voor de zevende maal las besloot ik dat ik mijn gedachten erover wil opschrijven. Iedere keer verschenen nieuwe verbindingen, ik wilde alles op een rijtje zetten, hoofdstuk voor hoofdstuk, beeld voor beeld en gedachte voor gedachte. Niet als iemand die eindelijk de juiste uitleg gevonden heeft, maar als iemand die verbaasd stond over wat hij aantrof.
Ik heb niet geprobeerd een academisch Nietzsche-commentaar te schrijven. Ik wil vooral laten zien wat er gebeurt wanneer iemand die zelf jarenlang in het christelijke denken heeft geleefd, vervolgens met Nietzsche geconfronteerd wordt.
Ik wil vooral de bloemen in zijn tuin aanwijzen, maar soms ontkom ik niet aan een brandnetel in mijn hand. En op sommige plaatsen sta ik er enkel naar te kijken en vraag ik me af of Nietzsche zelf niet helemaal wist wat hij had geplant.
De tocht naar Zarathoestra
Wat volgt is dus geen poging om Nietzsche tot een onfeilbare leraar te maken. Het is een persoonlijke wandeling door Aldus sprak Zarathoestra. Ik wil de gedachten volgen, de beelden onderzoeken, de talloze verwijzingen naar het christendom zichtbaar maken en proberen te begrijpen hoe de verschillende delen van het boek met elkaar samenhangen.
Vooral wil ik nagaan wat er gebeurt met de mens nadat God is gestorven.
Dat is uiteindelijk de grote vraag van Zarathoestra.
Wat komt ervoor in de plaats?
Hoe kan een mens leven zonder de oude zekerheden? Hoe ontstaat er een nieuwe moraal? Wat betekent het de aarde lief te hebben? Wat betekent het mens te zijn wanneer er geen hoger wezen meer is dat onze bestemming bepaalt? En kan een mens het bestaan uiteindelijk zo volledig bevestigen dat hij zelfs tegenover het lijden en de dood ja kan zeggen?
Nietzsche geeft geen eenvoudige antwoorden.
Misschien zijn zijn antwoorden soms zelfs onmogelijk.
Maar hij durft de vragen tot het uiterste te stellen.
En juist daarom blijft hij voor mij zo fascinerend.
Ik weet ook dat Nietzsche mij niet altijd gelijk zal geven. Soms stuit zijn denken in mij op grote weerstand. Ik kan lang niet alles van hem voor zoete koek slikken. Dat lijkt mij geen probleem. Misschien is het juist een vereiste. Een filosoof die ons vraagt zelfstandig te worden, verdient tenslotte geen volgelingen die hem gehoorzamen. Hij verdient lezers die met hem de degens kruisen.
Er staat nog steeds geen eindpunt.
Er begint een heel lange reis.
Ik nodig u uit die reis met mij te maken.
Niet om Nietzsche te geloven.
Maar om hem grondig genoeg te lezen om zelf te kunnen oordelen.
juli 2026, terugkijkend op een project van 20 jaar geleden


